Kaat Roozal

Kaat Roozal (1953) had in Schijndel een gelukkige jeugd met als spannende hoogtepunten het net-niet vangen van mussen, het succesvol redden van kikkers uit kelders en het voeren van slakkenraces in haar moeders keuken. Verder kon ze uren turen naar een lege portemonnee die ze voor voorbijgangers aan een draadje op het fietspad legde, timmerde ze konijnenhokken en groef ze schuilkelders met haar broer en de buurkinderen. Haar meest traumatische ervaring is het doden van een elders ontsnapte nerts die haar veestapel (kippen, fazanten, konijnen, eenden) tijdens een nacht decimeerde.

Tijdens haar middelbare schoolperiode bracht zij veel tijd gedwongen door op de gang, achteraf kan ze haar leerkrachten daar wel enigszins in volgen. Ondanks dat wist ze met glans de eindstreep te halen, haar docenten verbijsterd en opgelucht achterlatend.

Kaat heeft tegenwoordig een sterke voorliefde voor boa’s, nep-rozen, smartlappen, kitscherige schilderijtjes, pimpelpaarse gordijnen, roze sokken en kleurige fietsen.

En ze schrijft graag verhalen.

Kaat Roozal Zusje, dat ben ik

Zusje, dat ben ik

In 'Zusje, dat ben ik' verwerkte Kaat Roozal veel van haar jeugdherinneringen. Ze groeide op in de jaren vijftig in Schijndel. Veel van de belevenissen van de kinderen zijn authentiek, de personages zijn allemaal verzonnen. Spreker(s): Mirjam van Raamsdon

€ 9,95